Boudewijn Michiel Waalboer(1843 – 1919)

(Klik op de illustraties voor grotere afbeeldingen in een nieuw tabblad)

Pieternella Nelemans, geboren te Zevenbergen in 1793, was de weduwe van Cornelis Waalboer, geboren in Zevenbergen in 1793 en daar overleden op 1 februari 1842.

Wonende in de Kerkstraat op nummer 117 blijft Pieternella achter met vier kinderen van de negen. Anna (Antje), 27 jaar, Pieternella 21 jaar, Jan (Johannes) 16 jaar en Kees (Cornelis Pieter) 11 jaar. Michiel overlijdt op 21-jarige leeftijd als soldaat in 1833. Pieternella is geboren in 1816 en wordt maar 10 dagen oud. Boudewijn werkt in de bouw in Ooltgensplaat en overlijdt 18 augustus 1842 op 23-jarige leeftijd. Johanna is geboren in 1824 en wordt slechts anderhalf jaar oud. De jongste, Machelientje, is geboren in 1835 en overlijdt op 6-jarige leeftijd op 21 januari 1842. Het gezin woont dan in de Kerkstraat 117.

1842 is voor Pieternella geen prettig jaar. Op 21 januari overlijdt haar jongste dochter Machelientje, op 1 februari haar man Cornelis en in augustus haar tweede zoon Boudewijn. Tot overmaat van ramp komt haar dochter Antje in september vertellen dat ze in verwachting is, maar ze vertikt het om te zeggen wie haar bezwangerd heeft.

Pieternella heeft het zeker niet breed. Haar man Cornelis was vrachtrijder en die inkomsten vallen helemaal weg. Alle kinderen moeten meewerken om rond te komen. Kees is pas elf en kan nog maar weinig bijdragen, maar wil natuurlijk wel mee eten en heeft ook kleren nodig. Het is een hard bestaan met weinig geld. Pieternella wil zoveel mogelijk zelf de touwtjes aan elkaar knopen. Maar  dat is wel erg moeilijk. Omdat de armoede groot is brengt Pieternella kort na het overlijden van haar man Cornelis een bezoek aan diaken De Baan  van de kerkenraad van de Nederlands Hervormde kerk te Zevenbergen om daar ondersteuning te vragen. Ze geneert zich daar wel voor en wil niet met naam en toenaam in lijsten van bedeling worden opgenomen.

Kerkenraad Zevenbergen 1842. Datum ontbreekt

In de Handelingen van de Kerkenraad der Ned.Herv. Kerk te Zevenbergen in 1842 staat het volgende:

C. Barel Jr. en Joh. Corn. Nelemans Pz. tot Ouderlingen en Geleijns en S. van Eekelen tot Diaconen

Eene dergelijke kennisgeving door den Diacon Hr. de Baan van wege de Wede (weduwe) Waalboer  aan den kerkeraad gedaan, om wel gedurende den winter in den bedeling te worden opgenomen, maar niet op de lijst der bedeelden te worden geplaatst, wordt door den kerker(aad). van de hand gewezen, alzoo deze zich houdt bij zijne gemaakte bepalingen, om de bedeling niet in geld, maar in winteraren en brood te verstrekken, ende lijst daartoe maandelijks moet worden opgemaakt.

Vermoedelijk is hiermee de kous af en heeft Pieternella van de kerkenraad nooit ondersteuning ontvangen.

De geboorte van Pieternella’s kleinkind wordt eind februari 1843 verwacht, dus moet er na die tijd nog een mond gevoed worden en kleertjes worden aangeschaft. Pieternella is ten einde raad en ging in januari weer naar een diaken. Dit keer probeert ze haar geluk bij diaken Van Eekelen. Nu met het verzoek om mede voor het onderhoud van de aanstaande boreling te zorgen. De kerkenraad besluit dit niet te doen en legt dit in de handelingen vast:

Kerkenraad Zevenbergen 27 januari 1843

Vergadering des Kerkeraads gehouden 27 Januarij 1843. Tegenwoordig alle de leden, behalve de Ouderlingen C. Korteweg en M. de Lint, benevens de Diacon S. van Eekelen. De vergadering wordt door den Pred. (predikant) met gebed geopend. De Notulen der vorige verg. worden gelezen en goedgekeurd.

In de handelingen staat verder onder andere onderstaand besluit:

Het voorlopig aanzoek van vrouw Waalboer, om een onecht kind, waarvan hare dochter Antje stond te bevallen, te onderhouden, werd eenparig van de hand gewezen.

Maandag 27 februari 1843 is best een koude dag, ofschoon de sneeuwklokjes al haast uitgebloeid zijn. Op die dag ’s ochtend om negen uur wordt mijn overgrootvader Boudewijn Michiel Waalboer geboren. Een gezonde jongen, maar de vader is voor iedereen onbekend, behalve voor Antje. Antje is 28 jaar en woont bij haar moeder Pieternella Nelemans. De aangifte van de geboorte wordt in het gemeentehuis gedaan door Johannes Geroet, vroedmeester. Als getuigen van de aangifte in het gemeentehuis op de Markt treden op Pieter van Santen, scheepsmeter en Pieter L. Olivier, veldwachter, beiden wonende te Zevenbergen. Deze mannen zullen in de buurt geweest zijn bij gebrek aan getuigen uit de familie of vriendenkring. Boudewijn is het eerste kind van de dan nog ongehuwde moeder Antje Waalboer. Antje was van beroep dienstmeid.

Omdat noch de baker of iemand anders aan Antje kan ontfutselen wie de vader van Boudewijn is, is de vader voor de  officiële instanties dus onbekend. Hierdoor krijgt Boudewijn wettelijk de achternaam van zijn moeder. Het feit dat de vader onbekend is zal nog vervelende consequenties  hebben voor moeder en grootmoeder. Een ander gevolg hiervan is dat Boudewijn wel de achternaam Waalboer draagt maar niet het mannelijk DNA van Waalboer in zich heeft. Dit geldt dus ook voor zijn nakomelingen.

Geboorteakte Boudewijn Michiel 27 februari 1843

Vóór de doop van Boudewijn op 2 april besluit de kerkenraad in een vergadering op 17 maart 1843 als volgt:

Kerkenraad Zevenbergen 2 april 1843

Ter gelegenheid van de met Paschen aanstaande (16 april 1843) ophanden zijnde avondm. (Avondmaal) viering wordt Censura Morem gehouden, en heeft  de Pred. (predikant) zich belast om Antje Waalboer bij gelegenheid van de aanvrage tot den doop van haar onecht kind, haar onthouding van het Av.(Avondmaal) aan te kondigen.

Censura Morem is een onderzoek dat gedaan wordt door de kerkenraad naar de handel en wandel van gemeenteleden. Indien er ernstige bezwaren zijn kan een gemeentelid deelname aan het Heilig Avondmaal ontzegd worden. Het betrokken gemeentelid wordt hiervan persoonlijk op de hoogte gesteld.

Dat dit voor Antje een blamage is zal duidelijk zijn. Hoe Pieternella dit ervaart laat zich raden. Net een jaar weduwe, hard werken om de armoede voor te blijven en dan deze, voor die tijd misschien wel logische, uitsluiting van haar dochter voor het Heilig Avondmaal, een in het kerkjaar heel belangrijke gebeurtenis. In een relatief kleine hervormde gemeente waar iedereen elkaar kent is dat een heel pijnlijke kwestie.

Op 2 april wordt Boudewijn gedoopt.

Doopinschrijving Boudewijn Michiel 2 april 1843

Natuurlijk wordt in het doopboek vermeld dat Boudewijn een onechte zoon is. In veel gevallen zijn er bij een doop in die tijd twee of zelfs meerdere getuigen aanwezig. Ook wordt het kind wel door de naamgever ten doop gedragen. Dit kan een grootmoeder zijn, een zuster, goede vriendin of een andere goede bekende. Of beide ouders zijn aanwezig als getuigen. Bij de doop van Boudewijn is er maar één getuige: de moeder! Mogelijk heeft ze niemand durven vragen om Boudewijn ten doop te houden of heeft ze het wel aan meerdere personen gevraagd, maar wil men niet verbonden worden aan deze schande. We mogen niet uitsluiten dat zelfs niemand van de familie in de kerk aanwezig was. (Stel dat je ook niet aan het Heilig Avondmaal mag verschijnen!) Geen oma Pieternella en ook geen broers of zussen van Antje. In ieder geval wil blijkbaar niemand van de familie bij de doopplechtigheid getuigen. Het gebeurt natuurlijk wel meer dat van een kind de vader niet bekend is, hetgeen zeker in een kleinere geloofsgemeenschap als schandalig werd ervaren. Iedereen kent elkaar.

De gedachte dat Boudewijn mogelijk vernoemd zou zijn naar zijn overgrootvader Boudewijn en naar Machiel van Mourick, de latere man van Antje, lijkt logisch. Maar waarschijnlijk is dit niet, tenzij Machiel de vader zou zijn. Over het algemeen werden er vrije strikte vernoemingsregels gehanteerd. Vermoedelijk en zeer goed aanneembaar is dat Boudewijn genoemd is naar zijn op jonge leeftijd overleden ooms en dus broers van Antje. Dat waren Boudewijn (*Klundert 1818 – †Den Bommel 1842) vernoemd naar zijn grootvader Waalboer en Michiel (*Zevenbergen 1812 – †Eindhoven 1833) vernoemd naar zijn grootvader Nelemans.

Na het overlijden van haar man verhuist Pieternella met het gezin naar de Kerkstraat 128 en later naar de Zuidhaven. Antje en Boudewijn wonen nog bij Pieternella in huis. Kort daarna treffen we Antje en Boudewijn aan in een werkhuis aan de Noordhaven in Zevenbergen.

Op 18 mei 1848, Boudewijn is dan ruim 5 jaar oud, trouwt zijn moeder in Klundert met Machiel van Mourik. Het paar gaat in de Langenoordstraat op nummer 264 wonen. Vermoedelijk weigert Machiel van Mourik om Boudewijn in huis te nemen.  Boudewijn woont, ook na het huwelijk van Antje en Machiel van Mourik, nog steeds bij zijn grootmoeder Pieternella.

Op 30 oktober 1848 bevalt Antje van een dochter Tanneke genaamd. Tanneke is vernoemd naar de moeder van Machiel, die Tanneke Machielse Nelemans heet. Twee jaar later, op 13 april 1850 wordt er weer een dochter geboren, die Pieternella genoemd wordt, naar de moeder van Antje. Het derde kind, een zoon genaamd Cornelis, wordt geboren op 15 mei 1855. Het kind overlijdt na twee maanden op 15 juli 1855. Ook na het overlijden van haar man Machiel op 29 mei 1858 blijft Antje in de Langenoordstraat wonen. Zij trouwt op 12 juli 1861 met Cornelis Keijenburg. Na het overlijden in 1876 van Cornelis Keijenburg vinden we Antje met haar dochter Tanneke, dochter Pieternella overlijdt in 1875, terug in de Lagewipstraat.

Lagewipstraat of Achterstraat ter hoogte van de “Knijnenberg” +/- 1910

Nog steeds woont Boudewijn bij zijn grootmoeder Pieternella. Het gezin verhuist ná 1850 naar de Zandweg. Haar beroep is intussen veranderd van huisvrouw in arbeidster. Ook heeft ze in de wijk Calishoek gewoond.

Op 12 november 1855 trouwt zijn oom Cornelis Pieter in Zevenbergen met Tanneke (Tan) Kranendonk, die ook dienstmeid is. Het paar vestigt zich op Slikgat Wijk C nummer 121.

Pieternella overlijdt op 2 maart 1857. Boudewijn is dan veertien jaar. Na het overlijden van zijn oma verhuist Boudewijn naar het gezin van zijn oom Cornelis Pieter en tante Tan, die een maand eerder is bevallen van haar eerste kind Pieternella.

In het Bevolkingsregister van Standdarbuiten staat Boudewijn, als 18-jarige jongen  geregistreerd als knecht bij de landbouwer Arij Hagens.

Bevolkingsregister Standdaarbuiten 1860-1880

Op 21 april 1862 doet Boudewijn Machiel belijdenis in de Nederlands Hervormde kerk te Zevenbergen.

In 1863 wordt Boudewijn ingeschreven voor de Nationale Militie. Hij kreeg bij de loting nummer 32 van de lichting 1863 en werd vervolgend afgekeurd omdat hij te klein was, kleiner dan 1 m 55 cm. Of was het hem gelukt om op de een of andere manier “te klein te zijn”?

In het bevolkingsregister van Standaardbuiten staat Boudewijn ingeschreven als ingekomen op 3 april 1866 uit Zevenbergen en uitgeschreven op 3 juli 1866 naar Zevenbergen. In die maanden is hij dienstknecht bij Leendert Knook. Op 5 juli van dat jaar komt hij weer in Zevenbergen vanuit Standdaarbuiten en vertrekt op 26 juli 1866 weer naar Standdaarbuiten. In Zevenbergen heeft hij die drie weken weer bij zijn oom Pieter Cornelis gewoond. In december 1866 staat Boudewijn in het dienstbodenregister ingeschreven als knecht bij Arij Hagens te Standdaarbuiten. Hij komt daar op 26 juli 1866 uit Zevenbergen en vertrekt op 9 januari 1867 naar Fijnaart. In 1868 staat Boudewijn ingeschreven in het Bevolkingsregister 1860-1880 – 04 Dienstboden in Fijnaart en Heijningen, geboren te Zevenbergen, beroep dienstknecht. Hij is daar gaan wonen op 9 januari 1867 en komt van Standdaarbuiten. Hij verhuist terug naar Zevenbergen op 4 september 1867.

Op 26 juli 1867 trouwt Boudewijn met de negen jaar oudere Elisabeth Burgers uit Willemstad.

Elisabeth Burgers

Volgens de huwelijksakte is hij arbeider en Elisabeth dienstbode.  Moeder Antje is bij het huwelijk aanwezig en geeft haar  toestemming. Boudewijn en Elisabeth gaan in de (Hazeldonkse) Zandweg wonen. Daarna daarna verhuist het gezin naar de Noordhaven 552. Het gezin bestaat uit vader, moeder en zoon Dingeman (mijn grootvader), het enig nog in leven zijnde kind van de 7 kinderen, die geboren werden tussen 1867 en 1878.

Boudewijn heeft zich inmiddels omgeschoold tot horlogemaker. Op 16 juni 1877 geeft Boudewijn Machiel de geboorte van zijn dochter Johanna Adriana aan. In deze akte vinden we de eerste vermelding van zijn beroep als horlogemaker. Later, na 1894, vertrekt het gezin naar de Langenoordstraat en woont op nummer A748. Dit is vermoedelijk de ruimte tussen de huidige nummer 105 en 103 in.                

Bedrijfsstempel Dingeman Waalboer

Dingeman Waalboer (de zoon van Boudewijn), ook horlogemaker of horloger, koopt op 26 april 1910 een huis in de Langenoordstraat nu nummer 120 van Dimphna den Ouden, weduwe van Willem Cornelissen voor een bedrag van ƒ 1.700.

Op 29 maart 1911 vraagt Boudewijn, inmiddels 68 jaar, bij de gemeente Zevenbergen een verbouwvergunning aan voor het huis Langenoordstraat 120, Sectie M nummer 1530. Omdat Dingeman, 38 jaar oud, het huis koopt en Boudewijn de verbouwingsvergunning aanvraagt mogen we er vanuit gaan dat ze samen de horlogemakerszaak hadden.

Vóór de verbouwing +/- 1880. Kinderen uit de straat
Aanvraag verbouwingsvergunning 1911 Langenoordstraat 120
Tekening voor verbouwingsaanvraag door R. Jaquet Zevenbergen 1911

Na de verbouwing +/- 1939. V.l.n.r. Onbekende dame, Willem Cornelis, Bets, moeder Cato en vader Dingeman
Kadastrale veldwerkkaart 1911 met overgang M 1530 naar M 2631

Bij notaris Eschweiler te Zevenbergen komt Dingeman met zijn buurman Adrianus Rijnardus (tegenwoordig Langenoordstraat 118) overeen dat erfdienstbaarheden tussen beide percelen als volgt vervallen:

Dat de comparanten ten dezen aanzien zijn overeengekomen:

1e Het recht van uitzicht door het raam van de kamer in nummer 2632 op de  open plaats van nummer 2631 vervalt; gezegt raam zal op eerste aanzegging van den comparant ter eene dienen dichtgemetseld te worden.

2e Het recht om de vensters voor gezegd raam te doen draaien over den open grond behorende aan den comparant ter eene vervalt.

3e Het recht om zich tot het openen en het sluiten van gezegde vensters op de open plaats te begeven alsmede tot het wasschen van het raam vervalt.

4e Het recht om water te halen uit den welput zich op de open Plaats, behoorende aan den comparant ter een zijde, bevindende benevens het recht om het water af te voeren naar de goot bij dien put gelegen vervalt.

5e het recht van neuzeldrup (?) of wel de goten te doen overhangen

6e het recht om water te halen uit de regenwaterput vervalt.

7e Ten laste van het den comparant ten eenre behoorende perceel en ten behoeve en ten nutte van het den comparant Ten andere zijde behoorende perceel wordt gevestigd de erfdienstbaarheid om door middel van buizen water te trekken uit den welwaterput op eerst gemeld perceel gelegen, alsmede de erfdienstbaar heid van ondergrondsch gootrecht, terwijl de daarvoor noodzakelijke sterfput*  moet worden aangelegd op het perceel behoorende aan den comparant ten andere zijde. Bij eventuëele reparatiën zal men zich daarom ten allen tijde op het erf van den comparant ter eenre zijde mogen begeven. Alle kosten van nieuwe aanleg, behalve die van de ondergrondsche buis Voor het gootrecht, zijn voor rekening van den comparant ter andere zijde tot wiens laste mede de kosten van vernieuwing of reparatiën zijn.

8e De erfdienstbaarheid van overweg naar het slob in de Langenoordstraat gevestigde ten behoeve van het der comparant ter eenre en het ten laste van het der comparant ter andere zijde behoorende perceel bij voormelde acten van den negentiende en den zes en twintigsten April negentienhonderd tien, uitlsuitend tot het ruimen van het privaat, door den comparant ten eenre zijde op eigen terrein te plaatsen, en tot het aanvoeren van kolen en brandstoffen blijft in stand. Geschiedende deze overeenkomst tegen betaling door den comparant Ter eene zijde aan den comparant ten andere zijde eenen som van twee honderd gulden, die de laatste verklaart van eerstgemelden te hebben ontvangen waarom bij deze kwitantie.

*sterfput: gat waardoor overtollig water kan wegstromen

Op 16 september 1912 verkoopt Boudewijn bij notaris Eschweiler (akte 410) een huis, schuur en erf in de gemeente Zevenbergen aldaar kadastraal bekend Sectie M nummer 1713 huis schuur en erf groot negen en vijftig centiaren aan den Weledele Heer Leonardus van Schendel kassier woonende te Zevenbergen voor negentienhonderd gulden. Het huis schuin tegenover het huidige nummer 120

Langenoordstraat circa 1880

Het lijkt erop dat Boudewijn Michiel en zijn vrouw Elisabeth Burgers vanaf het huwelijk van hun zoon Dingeman met Cato Nelemans op 21 augustus 1912 tot hun dood in respectievelijk 1916 en 1919 bij hun zoon en schoondochter ingewoond hebben.

Elisabeth Burgers met kleindochter Bets 1915

een genealogie en familiegeschiedenis